Onderwijs op het ontwikkelingsniveau

Thema: basisvaardigheden

Ingezonden door: Werk- en Steungroep Kleuteronderwijs (WSK)

Beschrijf de oplossing
We volgen en leiden het kind in zijn natuurlijke ontwikkeling, een win-win-situatie voor iedereen (ook belastingbetalers). Onderwijs óp het ontwikkelingsniveau levert veel op: het kind bouwt zelfvertrouwen op, leert optimaal in de kortst mogelijke tijd en met maximaal plezier én de leerkracht heeft de meeste voldoening van zijn werk. In de onderbouw ontwikkelt het kind zich in psychologische zin stapsgewijs van ‘oudere peuter –> kleuter –> jong schoolkind’ en is het jonge schoolkind in neurologische en psychologische zin lees- en rekenrijp. De kleuter is dat niét!

Voor het vakgebied lezen houdt dit in: de kleuter krijgt geen letters en leesles aangeboden. Omdat een letter voor een klank staat en een vorm heeft bestaat het voorwaardenscheppende onderwijs uit het spelen met klanken en vormen. Met een eenvoudige toets kan worden aangetoond dat een kind leesrijp is.

Het jonge schoolkind, dat rijpheid toont, krijgt leesonderwijs. In ongeveer 40 klokuren maakt het zich alle letters eigen én kan het zinnen en korte verhaaltjes lezen.

Op welke manier wordt de leerling er beter van?
Door onderwijs óp en niet boven het ontwikkelingsniveau van elk kind te geven creëert men rust in de klas en wordt tijdwinst geboekt omdat extra oefenen en remedial teaching niet nodig zijn. Ontwikkelingvolgend onderwijs is daardoor ook goedkoper dan onderwijs dat niet-rijpe kinderen tracht te trainen, iets wat bovendien schijnresultaten oplevert omdat het niet-rijpe kind slechts nadoet: gisteren zweten, vandaag weten, morgen vergeten…

   Zowel de kleuter (niet leesrijp) als het jonge schoolkind (leesrijp):

  • zijn intrinsiek gemotiveerd 
  • hoeven niet extrinsiek gemotiveerd te worden
  • hebben plezier in (voorwaardenscheppend) leesonderwijs
  • ontwikkelen gevoel voor eigenwaarde en zelfbewustzijn en genieten van het (zelf ontdekken van) lezen
  • vergroten hun vaardigheid in klanken en vormen respectievelijk hun leesvaardigheid.

Wie en wat heb jij nodig? Wat kan je zelf bieden?
Wat nodig is:

  • Leerkrachten die de psychologische ontwikkeling van het kind (her)kennen.
  • Directies en besturen die de psychologische en neurologische ontwikkeling erkennen en daarnaar handelen.
  • Pabo’s die deze algemene psychologische ontwikkeling inclusief de leesontwikkeling doceren.
  • Onderwijsinspectie die nagaat of individuele leerlingen onderwijs óp hun ontwikkelingsniveau krijgen en niet erbóven.
  • Ministers en topambtenaren die dit middels maatregelen en wetten faciliteren.

Wat de WSK zelf kan bieden: 

  • Het inschakelen van ervaren kleuterleerkrachten die deze kennis vóór 1985 in een meerjarige opleiding (KLOS) onderwezen hebben gekregen of leerkrachten die deze kennis zich eigen hebben gemaakt.
  • Via de WSK-Erkenning (www.wsk-kleuteronderwijs.nl/wsk-erkenning/) verwijzen naar belangrijke zaken als een reële leesmethode, cursussen, lezingen, studiemiddagen, een online community over goed kleuteronderwijs en een adequaat ontwikkelingsvolgsysteem voor jonge kinderen.
  • De WSK doceert, inspireert en verbindt leerkrachten (meer dan 5.100 leden).”

Ken je een voorbeeld waar dit al in de praktijk is gebracht?
Onder meer op Het Juniorcollege in Gorinchem, De Borne in Tilburg, WillemsPoort in Tilburg, Het Nautilus in Zuidhorn en andere scholen – onder meer in Heerhugowaard, in Heiloo, in Zeeuws-Vlaanderen en in Nijbroek – wordt de leerling op zijn niveau aangesproken.